Flockbook versus Stamboek

Met de Westerplas Flock beslisten we in 2014 om ons terug te trekken uit het Belgische Herdwick stamboek en aansluiting te zoeken bij de Herwickpopulatie van het Lake District. Europese regels maken dat het gesloten Belgische stamboek en het open stamboek van de Herdwick Sheep Breeders Association (HSBA) nauwelijks op elkaar af te stemmen zijn en dat dieren op heden onmogelijk van het open Engelse naar het gesloten Vlaamse stamboek kunnen transfereren. Problematisch is dat het gesloten Belgische stamboek meer en meer tot inteelt leidt en dat de populatie Herdwicks op het Europese vasteland voor het overgrote deel niet goed aansluit bij de stamboekstandaarden die in Engeland vooropgesteld worden. Om de kwaliteit van onze Herdwicks op te krikken en inteelt tegen te gaan zijn we afhankelijk van import van genen uit het Lake District zelf. Met ons project willen we zo sterk mogelijk aansluiten bij de tradities van het Lake District en haar beste Herdwick breeders. Daarom trekken we elk jaar naar Cumbria om bij te leren van de lokale schapenkwekers en als het lukt een mooie kweekram naar Vlaanderen over te brengen. Alle lammeren van Westerplas flock zijn dan ook rechtstreeks afkomstig van rammen die aangekocht werden in Engeland en ingeschreven zij in het open Flockbook van de HSBA.

De Europese standaard is een gesloten stamboek of met andere woorden, enkel nakomelingen van ouders in het stamboek zijn kandidaat stamboekdier en kunnen na een keuring opgenomen worden in het stamboek. Voor de moederpopulatie van de Herdwick in het Lake District bestaat er echter geen gesloten stamboek. De Herdwick Sheep Breeders’ Association (HSBA) hanteert een open Flockbock en houdt geen officiële afstammingsgegevens bij. Jaarlijks organiseert HSBA keuringen waarbij Herdwicks kunnen opgenomen worden in het Flockbook. De Herdwicks zijn hierdoor één van de weinige uitzonderingen die niet passen in de Europese standaard. Europa voorziet in uitzonderlijke gevallen de installatie van een hulpstamboek.

Eind 2012 deden wij met de Belgische Herdwickfokkers aan Kleine Herkauwers Vlaanderen vzw, de vereniging die meerdere schapenstamboeken beheert, een voorstel om een hulpstamboek te installeren. Ruim een jaar later kregen wij de boodschap dat dit enkel mogelijk zou worden gemaakt voor vrouwelijke dieren. Dit is in de Engelse context niet evident omdat de HSBA amper vrouwelijke dieren registreert. Voorts mogen de mannelijke nakomelingen van de eerste generatie kruising stamboekram – hulpstamboekooi niet opgenomen worden in de hoofdafdeling. Dit kan pas vanaf de tweede generatie wat betekent dat je in de praktijk pas na vijf jaar met een mannelijke nakomeling van een hulpstamboek ooi zal kunnen kweken. 

Om uit de impasse te geraken en omwille van onze affiniteit met de tradities van de Lakeland breeders besloten we in 2014 om samen met enkele andere fokkers een nieuwe vereniging op te richten voor Europese Herdwickliefhebbers, de Continental Herdwick Sheep Breeders Association


Een analyse van de Belgische Herdwickpopulatie

Om de oprichting van een aanvullende afdeling in het stamboek te verantwoorden werd de Belgische Herdwickpopulatie eind 2012 geanalyseerd. Gezien deze analyse aan de basis ligt van ons besluit om verder te gaan met de import van Engelse rammen, geven wij deze informatie graag mee.

Een aanvullende afdeling is een noodzakelijke voorwaarde om dieren uit het Verenigd Koninkrijk te kunnen importeren. Het Flock Book van de Herdwick Sheep Breeders’ Association is uitsluitend gebaseerd op de rasstandaard. Er worden, in tegenstelling tot de gesloten stamboeken in de rest van Europa, geen afstammingsgegevens bijgehouden. Door middel van een web-toepassing van het Institute of Farm Animal Genetics (FLI) - Duitsland kon een analyse van de stamboom en de populatie structuur worden gegenereerd. Steven Janssens, werkzaam bij de KU Leuven - Livestock Genetics, Department Biosystems gaf toelichting bij de rapporten. 

Sinds de oprichting van het stamboek in België werden in totaal 863 Herdwicks geregistreerd. Thans zijn er daarvan nog 404 (306 vrouw en 98 man) actief in de databank verspreid over 24 fokkers. Ruim de helft van deze dieren is minder dan drie jaar oud. Het gemiddeld aantal dieren per fokker bedraagt 16,8. De drie grootste fokkers samen zijn goed voor bijna de helft van het totaal aantal dieren in België. Inteelt blijkt op dit moment nog geen probleem te zijn. De effectieve populatiegrootte wordt voorzichtig geschat op 50 tot 80 wat onvoldoende is om in de toekomst inteelt te vermijden. Er werd met advies van het Agentschap Landbouw en Visserij een ontwerp reglement voor een aanvullende afdeling opgemaakt. Dit reglement werd op 21 december goedgekeurd door de Vereniging Belgische Herdwickfokkers. Het zal voor goedkeuring worden overgemaakt aan de overkoepelende VZW Kleine Herkauwers Vlaanderen, die het stamboek beheerd.

Rekening houdend met het recente ontstaan van het Herdwick stamboek in België is de diepte van de stamboom beperkt. De gegevens zijn vrij volledig voor de jaren 2010 tot en met 2012, met een diepte van twee generaties. Het aantal ingeteelde dieren ligt laag. Voor de laatste jaren bedraagt de gemiddelde inteelt coëfficiënt maximum 0,025 wat neerkomt op een gemeenschappelijke grootvader. Kijkt men naar de ingeteelde dieren zelf dan loopt dit op tot een gemiddelde van circa 0,15 wat men kan gelijkstellen met een grootvader-kleindochter relatie. In principe zou de uitgebreide analyse het beste beeld moeten geven en dan ligt het aantal ingeteelde dieren de laatste jaren rond de 20 met een uitschieter in 2011 van 48 dieren. Rekening houdend met het beperkt aantal dieren en de gemiddelde inteeltgraad is inteelt op dit moment nog geen probleem. Een aspect dat daar in belangrijke mate toe bijgedragen heeft, is de continue instroom van nieuwe dieren uit het Verenigd Koninkrijk de laatste drie tot vier jaar.

De effectieve populatiegrootte van een ras komt overeen met het aantal individuen in een ideale populatie met dezelfde inteelttoename en dezelfde variatie in allel-frequenties. Gezien de fokkerij inzake het inzetten van dieren sterk kan afwijken van willekeurige paring in een ‘wilde’ populatie kan er ondanks een theoretisch ideale populatie toch een gemiddeld hogere inteeltgraad optreden. De mate waarin een dier weegt op de populatie wordt door de fokkers bepaald. De effectieve populatiegrootte is een maatstaf voor genetische diversiteit in de populatie. Het is bijgevolg een belangrijke parameter voor de fokkerij. Een effectieve populatiegrootte (Ne) gelijk aan of groter dan 100 wordt beschouwd als stabiel. De inteeltcoëfficiënt bedraagt in dit geval 0,005 per generatie. Een effectieve populatiegrootte van minder dan 50 heeft een inteeltcoëfficiënt van 0,01 per generatie en is een absolute ondergrens. In dergelijk scenario krijgt de instandhouding van het ras voorrang op selectie volgens raskenmerken. 
De effectieve populatiegrootte wordt in de rapporten op verschillende manieren berekend en varieert soms sterk naargelang de methode. De eerste methode bevat een formule die gebruik maakt van de inteelttoename en is hierdoor minder accuraat omwille van de beperkte diepte van de stamboom.  De tweede methode maakt gebruik van het aantal ouderdieren. Rekening houdend met de verschillende berekeningsmethoden wordt de effectieve populatiegrootte voorzichtig geschat op 50 tot 80. Om de effectieve populatiegrootte op een stabiel niveau te krijgen en in stand te houden is een continue instroom van nieuwe dieren dus aangewezen.