Rasstandaard


De Herdwick is een eerder compact en robuust schaap met stevige poten. De lammeren worden zwart geboren. Al na enkele maanden beginnen de kop en de poten wit te worden. Bij de jaarlingen verkleurt de vacht van zwart naar schakeringen van donker blauwgrijs tot bijna wit. De Herdwick is een zeer handelbaar schaap. Ze zijn niet schichtig en ook de rammen zijn doorgaans rustig. 
De Herdwick heeft een korte bronstperiode (+/- oktober tot eind december) waardoor de ram probleemloos jaarrond bij de ooien kan blijven. Het gemiddeld aantal lammeren bedraagt 1,5. Op een enkele uitzondering na verloopt het aflammeren geheel zelfstandig. 

De fokkerij van de Westerplas is aangesloten bij de Herdwick Sheep Breeders' Association

De Engelse raskenmerken van een Herdwick vind je op de afbeelding rechts: What makes for a good Herdwick.

Om onze veestapel gezond te houden en om de typische raskenmerken te verbeteren, voeren we regelmatig dieren in vanuit het Lake District. Hiervoor laten we ons begeleiden door lokale Herdwickfokkers met jarenlange ervaring.

In volgende filmpjes geven twee Lakeland Herdwickfokkers commentaar bij een aantal schapen: Video - what makes for a good Herdwick.

Rasstandaard (totaal 100 punten)
Vrije vertaling.

Kop (12 punten)
Rammen
Met een mannelijk karakter, gemiddeld van lengte, breed en vol tussen de ogen met een sterke snuit en wijd open neusgaten. Krachtig kaakbeen. Oren gemiddeld van lengte, wit en rechtopstaand. Ogen opvallend en helder. ‘Gezicht’, kaken en het bovenste van de kop goed bedekt met sterk, borstelig haar, maar geen wol. Horens glad en rond, kleur min of meer wit, laag ingeplant, wijd van elkaar en ingeplant aan de achterkant van de kop.

Ooien
Zoals de ram, met uitzondering van het ‘gezicht’ dat een uitgesproken vrouwelijk karakter heeft. Vrij van elke vorm of aanzet van horens.

Nek (6 punten)
Gemiddeld van lengte, klimt op uit de bovenkant van de schouder, die laag en achteruitgelegen is.

Romp (25 punten)
Ribben goed gevuld achter de schouder. Rug breed en horizontaal met sterke lenden. Achterhand vierkant op sterke poten met vlees tot aan de hak. Borstkast diep en vooruitstaand.

Poten (10 punten)
Voorpoten recht en welgevormd met grote knieën en elastische kogel. Achterpoten sterk, vlakke beenderen, recht en goed bedekt met borstelig haar maar geen wol. Alle vier de poten staan aan de uiterste kanten van het lichaam. Voorkeur voor grote witte hoeven.

Staart
(2 punten)
Dik en sterk gespierd. 

Onderzijde (5 punten)Op de rug liggend met diepe borstkas met een vooruitstaand borstbeen. De buik is breed en goed bedekt met klare witte of blauwe wol. De achterpoten moeten recht zijn en plat op the grond liggen.

Vacht en wol (25 punten)
Zwaar en dicht van structuur met een goede ondervacht van fijne wol in een uniforme kleur en kwaliteit over het hele lichaam. Een sterke kraag of manen rond de nek en bovenaan de schouder.

Kleur (15 punten)
Het ‘gezicht’ en de poten met een uitgesproken rijmkleur (wit).

Afkeuringen
Zwarte plekken op het 'gezicht' of de poten. Een bruine of gele kleur.

Bij de keuring worden onder meer de tanden geïnspecteerd op gebreken, maar ook de leeftijd kan je aflezen uit het gebit: Telling the age of sheep by their teeth.
Subpagina''s (1): Flockbook versus Stamboek