Archief 2014


October 2014 - Annual Lake trip 
Willie Richardson with his Keswick champion shearling. Some pictures of our latest Lakeland trip, October 2014.

De continentale Herdwick
We zijn verheugd om in samenwerking met de fokkerij van de Bomlozeput een nieuwe vereniging voor de Herdwick liefhebbers van het Europese vasteland te kunnen voorstellen. 
Op het gebied van stamboeken is de Herdwick uit het Lake District een buitenbeentje. De afstamming wordt niet officieel geregistreerd waardoor deze dieren niet toegelaten worden in de gangbare stamboeken in andere EU lidstaten. De oplossing die wij voorstellen is een nieuwe vereniging gespiegeld aan de tradities van de Herdwick Sheep Breeders Association uit Cumbria. Welkom bij de Continental Herdwick SheepBreeders Association!

Looking forward to the annual Keswick Show & Sale of 250 registered Herdwick rams at Mitchells auction Cockermouth October 4, 2014

Homebred shearling Westerplas Flock 2013

Terug naar de Lake District traditie
Na twee jaar is het doek over het hulpstamboek voor de Herdwick gevallen. De Europese standaard is een gesloten stamboek of met andere woorden, enkel nakomelingen van ouders in het stamboek zijn kandidaat stamboekdier en kunnen na een keuring opgenomen worden in het stamboek. Voor de moederpopulatie van de Herdwick in het Lake District bestaat er echter geen gesloten stamboek. De Herdwick Sheep Breeders’ Association hanteert een open stamboek en houdt geen officiële afstammingsgegevens bij. Jaarlijks organiseert HSBA keuringen waarbij Herdwicks kunnen opgenomen worden in het Flock Book. De Herdwicks zijn hierdoor één van de weinige uitzonderingen die niet passen in de Europese standaard. Indien men de Herdwickfokkers in het Lakeland een beetje kent, is het hautain te denken dat zij hun tradities zullen aanpassen aan een Europees keurslijf. Voor fokkers met meerdere honderden tot enkele duizenden dieren in de bergen is het alleen al vanuit praktisch oogpunt ondenkbaar om de administratie van een gesloten stamboek bij te houden. Europa voorziet in uitzonderlijke gevallen de installatie van een hulpstamboek. In de huidige regeling is er zowel voor vrouwelijke als voor mannelijke dieren zonder officieel afstammingsbewijs een mogelijkheid om ingeschreven te worden. Na enkele generaties kruisen met dieren uit de hoofdafdeling van het stamboek worden de nakomelingen in de hoofdafdeling opgenomen. Eind 2012 deden wij met de Belgische Herdwickfokkers aan Kleine Herkauwers Vlaanderen vzw, de vereniging die meerdere schapenstamboeken beheert, een voorstel om een hulpstamboek te installeren. Recent kregen wij de boodschap dat dit nooit zal goedgekeurd worden voor mannelijke dieren. Voor vrouwelijke dieren blijft er een opening maar ook dit is de Engelse context niet evident omdat de HSBA amper vrouwelijke dieren registreert. Voorts mogen de mannelijke nakomelingen van de eerste generatie kruising stamboekram – hulpstamboekooi niet opgenomen worden in de hoofdafdeling. Dit kan pas vanaf de tweede generatie wat betekent dat je in de praktijk pas na vijf jaar met een mannelijke nakomeling van een hulpstamboek ooi zal kunnen kweken (tenzij je met lammeren fokt). 

Vanuit zuiver wetenschappelijk oogpunt is deze voorzichtige instroom van nieuwe genen een logische benadering. Het is echter frappant dat deze principes volledig overboord gegooid worden voor dieren in het gesloten stamboek. Met uitzondering van uitsluiting in geval van zoötechnische gebreken (gebit een teelballen), hetgeen ook door de HSBA in het open stamboek gebeurt, is er geen controle meer. De dominantie van één dier op een populatie (alle dieren van een bepaald land of regio) en zelfs inteelt zijn niet geregeld. De enige zekerheid is het erfrecht van het stamboek. Het gesloten stamboek is dus geen garantie voor kwaliteit. Het officieel document houdt enkel de schijn van kwaliteit hoog. Alles staat of valt met wat gezond verstand en eerlijke informatie van de fokker. Wij willen de affiniteit met het Lake District behouden en gaan voor onze passie.

April – mei 2014 – Vogeltrek aan de Westerplas
Na het lammeren aan het museum Gevaert-Minne verhuizen we ooien met lammetjes naar malse weiden in de Latemse meersen. Intussen vervult de Westerplas opnieuw zijn functie als tussenstop voor trekvogels. Tijdens de maanden april en mei kan je er een grote variatie aan steltlopers, water- en moerasvogels aantreffen. De Lepelaar is dit voorjaar een regelmatige gast en tweemaal werden we verrast door een koppel Steltkluut. Op het moment dat de eerste Bosrietzangers aankomen, voederen de Blauwborstjes al hun eerste jongen. In de tweede helft van juni keren ook de Herdwicks terug naar de Westerplas. 

  


10 maart 2014 - Het startschot van het lammerseizoen
De weersomstandigheden zijn totaal verschillend vergeleken met 2013. In plaats van sneeuw en gure wind genieten de pas geboren lammetjes van een warm lentezonnetje. 35 ooien zullen de komende anderhalve maand de Westerplas kudde verdubbelen. Op de foto rechts het resultaat één jaar later; het prematuur rammetje Benjamin van 2013 met ‘young handler’ Louis. 

  

Januari 2014 - Herdwicks & Noormannen
Een recente genetische studie ontdekte bij de Herdwicks kenmerken van een 'primitief genoom ‘, dat wereldwijd in zeer weinig rassen voorkomt. De resultaten suggereren dat Herdwicks afkomstig zijn van een gemeenschappelijke voorouder die ook aan de basis ligt van rassen in Zweden en Finland, en de noordelijke eilanden van Orkney en IJsland. Voor de Herdwicks en Rough Fells vond men ook een historische link met schapen uit het waddengebied.

De herkomst van de Herdwicks werd in Cumbria al in verband gebracht met de Vikings. Dit genetische bewijs bevestigt de folklore van de Vikingen en handelaren in de Waddeneilanden en aangrenzende kustgebieden maar breidt het uit met banden met de Rough Fells.

In de studie werd voor de Herdwick, Rough Fell en Dalesbred een lager dan gemiddeld risico op infectie met Maedi Visna (zwoegerziekte) aangetoond. Dit virus leidt tot sterfte en heeft wereldwijd grote economische gevolgen. De studie is dan ook interessant voor de gangbare landbouw die op zoek is naar lokaal aangepaste rassen om de veerkracht te verhogen. De genetische eigenschappen van deze drie rassen kunnen belangrijk zijn voor de toekomst van de schapenhouderij.

De studie, uitgevoerd door professor Dianna Bowles (emeritus hoogleraar van het departement Biologie in York en voorzitter van The Sheep Trust), Amanda Carson (secretaris van de Herdwick Sheep Breeders’ Association) en Peter Isaac werd gepubliceerd in PLoS ONE